Na het overlijden van Boris ben ik gaan schrijven in een dagboek. Het eerste anderhalf jaar hiervan deel ik in mijn boek 'Lieve Boris'. De drang en de behoefte om te schrijven is er nog steeds, en daarom blijf ik delen op deze website. Ik begin dit blog met één van de laatste fragmenten uit mijn het boek; 'Dag Vlinder...'

het is weer lente |13 mei 2017

 

Eén van de eerste zomerdagen vandaag. Heerlijk! Er liggen al een tijdje vrolijke zomerpakjes en een badpakje klaar voor Babet, en nu is het eindelijk zover. We hebben vanmiddag het badje buiten gezet, Babet volledig ingesmeerd met zonnebrandcrème, en haar het meest schattige badpakje ooit aangetrokken. En daar zat ze, rechtop, in het badje buiten. Vol met gekleurde bad-eendjes, haar favoriete speelgoed op het moment. Ze slingeren altijd het hele huis door, maar vanmiddag liggen ze allemaal in bad.

 

Ad en ik hebben er allebei even de tijd voor genomen, omdat we vinden dat dit de dingen zijn die het leven zo waardevol maken. Lekker een klein uurtje samen buiten, tussen de drukte door, genieten van ons mooie lieve meisje, die vrolijk aan het spelen is in het water. Fijn!

Ik weet dat we het allebei denken. Ik weet dat we allebei weer even de pijn voelen van twee jaar geleden. Toen ik alleen in het badje zat in juni, zonder mijn lieve baby, en met een enorm groot verlangen naar Boris. Ik weet dat we hier nu extra naar uit hebben gekeken. Door alles. Ik weet het, en hij ook. We hoeven niets te zeggen, woorden zijn overbodig.

De blauwe berenhanddoek lag klaar buiten, voor als ze het spelen zat was. Al ruim twee jaar lag hij klaar eigenlijk, want hij was voor Boris, maar het is de eerste keer dat ik hem uit de kast haalde. Ik wordt even verdrietig, of eerder weemoedig, maar ik parkeer het opzij. Het wordt een fijne middag! Voor Babet, maar ook voor mij. En dat mag ook zonder tranen voor Boris.

Gelukkig lukt het, en kon ik genieten van vanmiddag zonder te huilen. Het mag ook van mezelf, al moet ik daarvoor af en toe wel bewust een knop omzetten. Al lukt dat niet altijd.

 

Een paar weken geleden op een avond was er een man bij ons thuis. Iemand die voor een ontwerp kwam, maar waar we verder geen enkele binding mee hebben, behalve werkgerelateerd. Hij zag de slingers hangen van Boris met ‘Hoera, allerliefste Boris twee jaar’.

"Heb je er eentje jarig gehad?”, vroeg hij. "Ja", antwoordde ik, en hij zegt; "Die van mij is ook net twee, mooie leeftijd! Ik ben twee, en ik zeg nee”. Ik reageerde lachend; "Ja, ik weet er alles van!". Het klopt, ik weet er ook alles van, want mijn neefje is twee. Maar niet op de manier waarop hij dacht dat ik het weet. Ondertussen lag Babet in bed te huilen, en toen Ad beneden kwam hoopte ik vurig dat hij haar naam niet zou zeggen. De man dacht nu namelijk dat er een jongetje met de naam Boris in bed lag boven. Gelukkig ging het goed, en we gingen rustig verder met ons gesprek.

Ik deed het bewust. Ik wilde de man niet overvallen met de dood, en het was goed zo. Maar ik was er wel flink van ondersteboven. De rest van de avond zat ik met één van de mooiste foto’s van Boris naast me op de bank. Ik miste hem weer zo erg, dat het pijn deed in mijn buik. Het gat in mijn hart voelde weer groter dan ooit, en de randjes waren gemeen scherp.

 

Het is lente, mijn lievelingsperiode. Ik vertelde er ook over tijdens mijn boekpresentatie;

“Alles wordt nieuw. Meer licht, meer zon, nieuwe energie. De geuren en de kleuren zijn mooier, en naarmate de dagen langer worden, komt er weer meer energie. Lente. De periode waarin ik klaar was voor nieuw leven, maar die zo vreselijk werd verstoord. Ik ben weer gelukkig. Ik heb gerouwd, geschreeuwd en gehuild. Ik ben gevallen en weer opgestaan, en ontelbare keren opnieuw, en opnieuw, en opnieuw. Dat ik nu sta waar ik sta, dat had ik twee jaar geleden niet gedacht.”

 

Het is net of het in mijn en ons leven ook weer lente is geworden. Een nieuw begin. Ik merk dat ik weer keuzes maak voor de toekomst, en ik heb weer doelen voor en met ons gezin. Alsof ik ‘the next level’ heb gehaald binnen het ‘verder leven’. Als je vanuit het diepste diep komt, lijkt het halverwege de trap omhoog al weer behoorlijk als vanouds. Maar elke keer als ik denk dat we er zijn, blijken er toch nog weer wat kleine tredes te zijn, die me een stapje omhoog kunnen helpen. En ik neem ze maar al te graag.

 

We zijn een paar dagen verder nadat ik mijn boek uitgaf. Over stappen nemen gesproken! Dit was een hele flinke. Hoewel het schrijven op zich natuurlijk geen grote stap was. Ik schreef mijn hoofd leeg en ik deelde, want zo kon ik zorgen voor Boris, en voor mijn verdriet. Dat er ongemerkt ineens zoveel was, dat er genoeg was voor een boek, dat had ik natuurlijk niet kunnen bedenken van te voren.

Langzaam beginnen de mensen mijn boek te lezen, en krijg ik de meest fantastische, mooie en lieve reacties, berichtjes en kaartjes. Het is echt overweldigend en bij vlagen kan ik het amper aan. De verhalen van andere moeders raken me zo, en het besef dat er zo veel verdriet heerst, is zwaar. Maar de lieve woorden, de bedankjes en de complimentjes raken me heel diep van binnen en zijn me zeer dierbaar. Zoveel mooie mensen die nu weten wie mijn lieve Boris is, dat is toch prachtig!

 

Terwijl ik aan het schrijven ben, zit Ad naast me achter de piano met Babet op schoot. En op haar manier, speelt ze de mooiste tonen. Ik zie ze genieten allebei. Mooi! Tijdens het eten zat ze naast me in de kinderstoel. Spelen en kletsen, met een bezweet gezichtje van de warme zonnige dag. Ik strijk over haar wang en voel een licht vochtige, koude huid. Het zweet op haar wang, en het kleine zuchtje wind dat door het huis waait, zorgen ervoor dat ze klam aanvoelt. En ineens ben ik terug. Een kleine seconde.

Terug naar dat Boris naast me ligt, met zijn koude lijfje dat langzaam steeds vochtiger wordt door de tijd. Ik voel het zelfde. Dezelfde vormen van hun lieve gezichtjes, de klamme koude huid, en een intens houden van. Liefde, die de allermooiste lentes overstijgt, tot hoger dan de hemel…

© Anja Dalhuisen 2018 | www.lieveboris.nl | www.vlinderkusje.nl