Na het overlijden van Boris ben ik gaan schrijven in een dagboek. Het eerste anderhalf jaar hiervan deel ik in mijn boek 'Lieve Boris'. De drang en de behoefte om te schrijven is er nog steeds, en daarom blijf ik delen op deze website. Ik begin dit blog met één van de laatste fragmenten uit mijn het boek; 'Dag Vlinder...'

bijna drie... | 19 april2018

 

Het is 19 april, midden op de middag, en de zon schijnt alsof het augustus is. De warmte is heerlijk en ik merk dat mijn met zonnebrand ingesmeerde lijf de zonnestralen met volle tuigen opslurpt. Energie.

Ik heb even behoefte aan koelte en loop naar binnen, richting trap, naar boven. Nog zonder doel. Als ik het bed zie in het donker, de ramen zijn dicht in verband met de warmte die buiten moet blijven, ga ik liggen. Ik staar naar het plafond dat ik eigenlijk niet zie door de donkerte. Mijn ogen beginnen te zoeken in het duister en ik sluit ze. Zwart. Stilte. Rust.

 

Mijn eerste gedachte; ‘Mijn zoon had volgende week drie moeten worden.’

 

Ik voel de woorden mijn brein binnen kruipen, loop naar mijn computer en begin te schrijven. Mijn zoon had volgende week drie moeten worden. Ik kan het me bijna niet voorstellen. Een jongetje van drie jaar dat er niet meer is. Mijn zoon, ons kind. Het allermooiste jongetje van de hele wereld. Hij was nooit een pasgeboren baby die zacht geluidjes maakt vanuit zijn wieg. Hij was nooit een jongetje met krullend haar die zijn eerste verjaardag viert. Hij was nooit een blij kind van net twee, die ons de oren van het hoofd kletst, en lieve kusjes geeft. Hij werd nooit ouder. Hij wórdt nooit ouder. Zelfs niet in mijn dromen, alsof mijn geest dat niet toelaat. Alleen heel soms als ik goed mij best doe, dan wordt hij groter in mijn hoofd en hart. Dan groeit hij even met ons leven mee.

 

Maar het is echt voorbij. Al bijna drie jaar geleden volgende week. Boris is er niet meer. Alle dingen die hadden kunnen zijn, en die onze toekomst hadden moeten vullen, zijn er niet meer.

 

Babet wordt wakker in de kamer naast me. Ik hoor haar zachtjes jammeren. Ik laat haar even, omdat het goed voor haar is om langzaam wakker te worden, ook al klinkt het wat zielig. Als ik haar zo uit bed haal met haar zweet krullen, en haar tegen me aan druk weet ik dat de tranen zullen branden. Omdat ik blij ben dat zij er is, maar zo verdrietig ben dat Boris er niet meer is.

 

‘Mijn zoon had volgende week drie moeten worden.’

Ik kan het me bijna niet voorstellen…

© Anja Dalhuisen 2018 | www.lieveboris.nl | www.vlinderkusje.nl