Na het overlijden van Boris ben ik gaan schrijven in een dagboek. Het eerste anderhalf jaar hiervan deel ik in mijn boek 'Lieve Boris'. De drang en de behoefte om te schrijven is er nog steeds, en daarom blijf ik delen op deze website. Ik begin dit blog met één van de laatste fragmenten uit mijn het boek; 'Dag Vlinder...'

bevallen van de dood | 26 januari 2018

 

'Je was écht dood...'

 

Het was mijn eerste reactie bij het zien van een foto van Boris die ik zocht. Ik scrollde door de lijst en zag de dood. Even zag ik niet mijn prachtige Boris, maar alleen het verval van de dood. Een akelig gezicht. En écht, ik vond hem elk moment prachtig, hij was van mij en van ons, en zo vreselijk mooi. Maar hij was wel dood.

Hij ís dood! Voor altijd. En het definitieve blijft moeilijk te verkroppen. Want als ik Boris weer terug zie, en ik geloof dat dit ooit gaat gebeuren, dan ben ik er zelf ook niet meer. Hoewel, als ik het zo bekijk is de dood misschien wel helemaal niet definitief. In dit leven stopt het, maar ergens gaat het verder, in het hiernamaals. Daar ben ik van overtuigd, al kan ik me er nog geen enkele voorstelling van maken.

 

Een maand geleden overleed de moeder van Ad. Ze was al een flinke tijd op en af ziek, en ze was moe van het leven, maar tóch komt het altijd plotseling en bovenal te snel. Afscheid nemen is zwaar, ook al gun je iemand haar rust. Toen we haar zagen vechten in het ziekenhuis, wisten we na een paar dagen dat ze zou gaan. Ze wist het zelf ook, en leek er vrede mee te hebben. Ik had niet zo’n band met haar dat ik heel veel met haar deelde, dus durfde ik niet te zeggen wat ik dacht. Maar in mijn hoofd fluisterde ik haar mijn gedachten toe; ‘Geef je Boris een knuffel van me?’.

 

In de dagen na haar overlijden kwam er veel familie. Het was fijn om samen te zijn, en het werd, naast een verdrietige, vooral ook een hele mooie en gezellige tijd.

Ik mocht mijn schoonmoeder verzorgen wanneer dat nodig was. De rest van de familie wilde dit liever niet, maar ik bood het aan omdat ik het fijn vond om te doen. Ik kamde haar haren en deed haar oorbellen in. Ook knipte ik een stukje van haar nog steeds lange grijze haar, en zorgde dat het weer in model zat. Ik vond het prettig om bij haar te zijn.

 

Ik besefte het me niet meteen, maar na een paar dagen in haar overleden aanwezigheid te zijn geweest, kwam er een gedachte in me op. Namelijk dat ik het fijn vond om bij haar te zijn, juist doordat ze dood was. Dit heeft uiteraard niets met het leven van mijn schoonmoeder te maken, maar alles met de dood van Boris. Ik merkte op dat ik het fijn vond bij haar te zijn, omdat zij als een schakel voelde. Een schakel tussen het hier en het namaals. Tussen leven en dood. Door haar was ik gevoelsmatig weer even dicht bij Boris.

 

De dood is voor mij totaal niet meer eng. Om de dood te zien niet, maar ook mijn eigen dood vind ik niet meer eng. Uiteraard beangstigd mij de manier waarop weleens, want ik hoop dat ik ooit op mijn honderdste rustig inslaap. Maar bang voor het moment dat ik ga? Nee, absoluut niet. En ik ben er inmiddels van overtuigd dat dit komt omdat ik er zo dichtbij was. Ik ben bevallen van de dood, en ik denk niet dat je veel dichterbij kan zijn dan dat. Nog een stapje, en je gaat zelf.

 

En het klinkt gek, maar het was mooi, de bevalling van Boris. Het moment dat dood en leven elkaar zo raken als bij de geboorte van een stille baby, is een bijzondere ervaring. De hele periode rondom de geboorte van Boris was natuurlijk verdrietig en zwaar, maar het moment dat hij werd geboren was betoverend mooi. De sereniteit en de perfectie waren prachtig, en de rust die hij met zich mee nam was bijna magisch. Het was tegelijk natuurlijk vreselijk zwart en wrang, begrijp me niet verkeerd, maar deze ervaring had ik niet van te voren kunnen bedenken. En daarbij had ik het, binnen deze situatie, ook voor geen goud willen missen.

 

En het bleef zo, de periode dat Boris bij ons was. Onze slaapkamer voelde als een sprookje. De sereniteit bleef, en Boris voelde voor ons bijna als een heiligdom. Zo perfect, en zo mooi en af. Niets is perfecter dan een baby, en omdat Boris niet leefde bleef hij perfect. Zijn huid begon te vervallen, maar hij bleef voor ons fantastisch. Het allermooist.

 

Maar hij is wel dood. Voor altijd. En dood is misschien niet eng, en wellicht ook niet definitief, maar wel verschrikkelijk gemeen. Zwart. Mensen horen niet dood te gaan, in ieder gevel niet als ze onder de negentig zijn, en al helemaal niet als ze nog een baby zijn. Het klopt niet en het doet verdomde pijn.

 

Je bent echt dood lieverd.

Je bent er niet meer.

Je bent er nooit meer.

Niet meer hier, bij ons.

En ik haat het, tot in het diepst van mijn ziel.

 

Maar ik geloof dat je er nog bent.

Dat leven en dood ons alleen voor nú van elkaar scheiden.

 

Ik beloof je, ooit zie ik je weer lieverd.

Als er geen leven en dood meer zijn.

Als we gewoon samen bestaan.

In liefde...

 

Voor Altijd!

© Anja Dalhuisen 2018 | www.lieveboris.nl | www.vlinderkusje.nl